Strafmaatregelen

Een aantal maatregelen uitgelicht.

Gedragsaanwijzing voorafgaand aan vonnis (Overlastwet)
De officier van justitie kan een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan een aanwijzing geven aangaande zijn gedrag. De officier heeft vier mogelijkheden: een gebiedsverbod,  een contactverbod, een  meldplicht, een verplichting zich te doen begeleiden. Doel van de maatregelen is het  onder controle houden van verdachten die de openbare orde verstoren en/of beschermen van slachtoffers van een strafbaar feit als de uitspraak van de strafrechter niet kan worden afgewacht.

Criteria die gelden zijn:

  • Het moet gaan om een verdachte tegen wie ernstige bezwaren bestaan;
  • Er moet sprake zijn van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is

verstoord en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat;

  • Of: de vrees bestaat dat de verdachte personen zal lastigvallen;
  • Of: de vrees bestaat dat verdachte goederen zal vernielen etc. (herhaald gevaar voor goederen).

Een gedragsaanwijzing geldt totdat tegen de verdachte een onherroepelijk vonnis is uitgesproken of in ieder geval maximaal 90 dagen. Verlenging, zolang er dus geen vonnis is, kan maximaal drie keer plaatsvinden met 90 dagen.

Plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis
Wanneer de verdachte ontoerekeningsvatbaar is kan een verdachte die is ontslagen van rechtsvervolging een maatregel worden opgelegd. Daarbij is keuze tussen plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis en TBS.
Voor het psychiatrisch oordeel moeten minstens twee adviezen worden uitgebracht door gedragsdeskundigen, waaronder minstens één psychiater. Voor onderzoek kan de verdachte worden ondergebracht in bijvoorbeeld het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Doel van de maatregel is beveiliging van de samenleving en rechtsherstel. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis kan voor maximaal een jaar worden opgelegd, en daarna verlengd worden.

Bijzondere voorwaarden
Een rechter kan een voorwaardelijke straf opleggen. Hierbij geldt altijd dat de veroordeelde gedurende de proeftijd (meestal 2 jaar) geen nieuw strafbaar feit mag begaan. Als dit toch gebeurt, wordt de zaak opnieuw aan de rechter voorgelegd en de tenuitvoerlegging (TUL) van de opgelegde straf gevorderd (het duurt meestal enige tijd voor een zaak weer op zitting komt). Naast deze algemene voorwaarde kunnen allerlei bijzondere voorwaarden verbonden worden aan een voorwaardelijke veroordeling, aan een schorsing van de voorlopige hechtenis en aan een sepot door het OM. Reclassering speelt een belangrijke rol bij diagnose en advies omtrent de bijzondere voorwaarden en het controleren of de bijzondere voorwaarden ook worden nageleefd.

Er kunnen o.a. vrijheidsbeperkende voorwaarden zoals een contactverbod en een verbod op het gebruik van alcohol en drugs worden opgelegd of erkende gedragsinterventies worden opgelegd. Deze gedragsinterventies zijn programma’s gericht op het beïnvloeden van iemands gedrag of omstandigheden, met als doel het voorkomen van recidive.  Denk aan ambulante behandeling, behandeling in een inrichting of opname in een 24-uurs voorziening.

In de menukaart  bijzondere voorwaarden vind je een overzicht. 

De proeftijd gaat normaal gesproken in op het moment dat het  vonnis onherroepelijk wordt. Indien er gevaar bestaat voor de onaantastbaarheid  van het lichaam van een of meer personen dan kan de rechter bij zijn uitspraak, ambtshalve of op verzoek OM, bevelen dat de voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. (achtergrond: voorkomen dat een veroordeelde zich door het instellen van hoger beroep kan onttrekken aan toezicht of naleving bijzondere voorwaarden)
Het toezicht op naleving van de voorwaarden ligt bij het OM (14d). De rechter kan aan reclasseringsinstelling dan wel een bijzondere reclasseringsambtenaar opdracht geven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (dit laatste gebeurt in de praktijk voor wat betreft bijzondere voorwaarden vrijwel altijd) .
Bij overtreding van de voorwaarden gedurende de proeftijd kan ten uitvoerlegging van de eerder (deels) voorwaardelijk opgelegde straf worden gevorderd  en door de rechter worden gelast(14g/h Sr).
Als het gaat om een (deels) voorwaardelijk opgelegde vrijheidsstraf dan kan het OM de aanhouding van veroordeelde bevelen, indien er ernstige redenen bestaan dat enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd.  Het OM dient dan onverwijld een vordering tot voorlopige ten uitvoerlegging in bij de rechter-commissaris.  De rechter-commissaris beslist binnen drie maal 24 uur (14fa)