Knelpunten en mogelijke oplossingen

Dekking van zorg
Er is een hiaat in de financiering in het plaatsen zonder “justitiële titel “ in een (extra) beveiligde forensische psychiatrische setting zoals de FPC Van Mesdag. Vanuit de ZVW of WMO kunnen bepaalde verblijfvoorzieningen (zoals forensisch psychiatrische instellingen) niet worden betaald. Als de zorg toch wordt geleverd lijdt de instelling verlies. Als met de zorgverzekeraar tot een overeenstemming wordt gekomen tegen betaling de forse zorgzwaarte te leveren; dan gaat dit ten koste van andere zorg, die niet meer geleverd kan worden. Om tot een oplossing te komen is een gesprek met de zorgverzekeraars nodig om tot andere vergoedingsafspraken te komen.  Dit sluit aan bij de oproep in de brief van de Regioburgemeesters van 14 oktober 2015 aan Minister Schippers waarin staat: “ maak financiering van opschaling naar een beveiligde forensische psychiatrische setting mogelijk door zorgverzekeraars te verplichten Diagnose Behandeling en Beveiliging Combinaties (DBBC’s)  in te kopen voor deze groep patiënten”. In diezelfde brief wordt ook de vinger gelegd op dat verwarde personen  vaak niet willen en kunnen betalen voor zorg waar men niet om vraagt of die men nodig heeft.
Op landelijk niveau zijn afspraken nodig over tijdelijke overname van indicatiestellingen. De ‘oude indicatiestelling’ wordt dan na afloop van een forensische (strafrechtelijke) titel overgenomen voor een periode van maximaal 90 dagen, tot de nieuwe opdrachtgever de indicatie heeft gesteld. Zo kan worden voorkomen dat mensen tijdelijk verstoken raken van noodzakelijke zorg, of zelfs helemaal uit beeld raken.
In het landelijk plan van aanpak problematiek rondom verwarde personen van 30 juni 2015 staat er een sluitende keten van verzekerde zorg moet komen. “Als niet kan worden vastgesteld uit welke gemeente een verwarde persoon komt, dan geldt de gemeente waarin de verwarde persoon is aangetroffen als verblijfsplaats.. Daarmee kan voor de betreffende persoon meteen een zorgverzekering worden afgesloten en  vervalt voor zorgaanbieders het risico dat zij op eigen kosten onverzekerden behandelen. Ook kan de niet acute behandeling dan plaatsvinden. Wanneer iemand zich niet wil inschrijven in het BPR en hierdoor niet verzekerd kan worden, dan wordt van gemeentewege een briefadres aan deze persoon verstrekt”.
Het is aan te bevelen te verkennen of er een provinciaal fonds kan worden opgericht waaruit kan worden geput als er geen reguliere financieringsmogelijkheid is (bijvoorbeeld bij een acuut opvangprobleem) of als een voorschot moet worden genomen op reguliere financiering.

BOPZ
Het is mogelijk om een RM op te heffen voordat deze is verlopen. Die bevoegdheid ligt bij de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis. Dit kan  dus zonder tussenkomst van de rechter. De persoon zelf, echtgenoot, bloedverwanten, de inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid of de OvJ kunnen een verzoek tot opheffing bij de geneesheer-directeur indienen.  Wordt het verzoek afgewezen dan kan de persoon via de OvJ de rechter verzoeken om  opheffing van de RM.
In een brief van de Regioburgemeester aan minister Schippers, d.d. 15 oktober 2015, staat: “In de praktijk komt het met enige regelmaat voor dat GGZ-instellingen een BOPZ-maatregel prematuur beëindigen danwel moedwillig laten verlopen omdat een instelling zich geen raad weet met een agressieve en potentieel (gewelddadige) cliënt.  Gezien de verantwoordelijkheid van de instelling voor medewerkers en mede-patiënten begrijpelijk, maar vanuit oogpunt van openbare orde en veiligheid onwenselijk”. Als aanbevelingen worden gedaan om het  onmogelijk te maken dat een GGZ-instelling eenzijdig een RM beëindigd.

Voorzieningen
Voor personen met problemen op de AS I - verslaving, psychose - zijn over het algemeen wel plekken te vinden. Hierin heeft de GGZ een groot aanbod en ook VNN heeft een aanbod. Lastiger is om een geschikte plek te vinden voor personen die naast een AS I stoornis ook stoornissen op de AS II: de persoonlijkheidsstoornissen, hebben. Vooral als deze personen blijk geven zich niet te willen laten behandelen, dan is het ook met een RM moeilijk om ze te plaatsen. Aan de andere kant is het eveneens moeilijker om personen die naast een AS I stoornis, stoornissen op de AS II hebben beoordeelt te krijgen voor een RM beoordeling, omdat deze personen als minder goed tot niet behandelbaar worden gezien. Mocht de persoon wel ergens geplaatst worden, dan wordt deze veelal voortijdig ontslagen, omdat men zich niet behandelbaar opstelt. Het gaat hier om mensen die in een carousel belanden van overlast op straat veroorzaken, van straat worden geplukt door politie, naar een PI of kortdurende opvang, om vervolgens weer op straat te belanden.  Voor deze personen zou een meer langdurige opname met een Rechtelijke Machtiging meer uitkomst bieden. Dit met als maximale uitkomst een uitstroom naar Beschermd Wonen met een voorwaardelijke RM als stok achter de deur.

Oogpunt forensische zorg
Kenmerkend voor de forensische zorg is dat vanuit forensisch-psychiatrische expertise naar een verwarde persoon kan worden gekeken. Terwijl in de reguliere GGZ de stoornis op zichzelf meer centraal staat, wordt in de forensische zorg de stoornis altijd bezien in relatie tot delictrisico’s en/of het risico voor de persoon en zijn omgeving. In dit licht zijn de volgende punten ‘interessant’ om te benoemen:

  • zou een psychiater met forensisch-psychiatrische expertise bij een verwarde persoon tot een andere beoordeling komen omtrent de noodzaak tot een IBS- of rechtelijke machtiging dan een reguliere GGZ-psychiater?
  • de verwarde persoon kan geholpen zijn met een psychiatrische behandeling vanuit forensisch-psychiatrische expertise ook al is er nog geen sprake van een delict. Juist voor de verwarde personen kan het wenselijk zijn om vanuit het principe van matched care met deze forensisch intensieve zorg te beginnen. Denk o.a. aan het Forensisch FACT.
  • wanneer de rechter aan een verward persoon die een delict heeft gepleegd geen forensische behandeling oplegt, kan het toch nodig zijn om de doorzorg tijdens detentie en de nazorg na detentie te laten verrichten vanuit forensisch-psychiatrisch perspectief. De rechter zou  bij verwarde personen ook regulier forensisch psychiatrisch toezicht op kunnen leggen.

 

De Penitiaire Inrichting heeft aangegeven dat  regelmatig verwarde personen worden aangeleverd krijgen die beter direct in een PPC (Penitentiair Psychiatrisch Centrum) geplaatst kunnen worden. Hiervoor is vanuit het politiebureau afstemming nodig door het OM in samenwerking met de psychiater van dienst en het bureau selectiefunctionarissen.