Fries veiligheidsprogramma 'aanpak mensen met verward gedrag'

In de provincie Fryslân is volop aandacht voor mensen met verward gedrag. In april 2015 heeft het Veiligheidshuis Fryslân over dit onderwerp een bestuurlijke conferentie georganiseerd met afgevaardigden uit alle relevante geledingen.  Als vervolg  hierop zijn werkgroepen geformeerd die zich op de volgende  onderwerpen hebben gericht:  instrumentarium, ketenbesturing en processen, doelgroep en informatie, matching en preventie. De resultaten van deze werkgroepen hebben deels als input gediend voor het Handboek.

Kernconclusies van de werkgroepen.

  1. er is  al heel veel  in de aanpak van mensen met verward gedrag. Op korte termijn is vooral winst te behalen door beter gebruik te maken van de bestaande interventies en voorzieningen. Winst is ook te behalen door het  bestaande aanbod  beter te matchen met de vraag vanuit de situatie van de verwarde persoon en diens omgeving. De  persoongerichte aanpak op maat wordt als  ‘de manier’ gezien om dit te bereiken.  
  2. Een goede verbinding tussen zorg-, straf- en bestuurlijke interventies is onontbeerlijk.
  3. Nieuwe systemen en netwerken zijn vooralsnog niet nodig. Er kan worden aangesloten op dat wat er al is, zoals de wijk- en gebiedsteams en het Veiligheidshuis. Wel is het van belang dat partners  in de samenwerking ‘vrije ruimte’ krijgen waarbinnen problemen op een creatieve wijze kunnen worden opgelost.

 

Wat dus vast staat is dat een goede  verbinding tussen zorg en strafrecht essentieel is om te komen tot een effectieve aanpak van mensen met verward gedrag.  Een belangrijke regisserende rol is hierbij weggelegd voor wijk- en gebiedsteams, gemeenten en de samenwerkende partners binnen het Veiligheidshuis.

Een deel van de verwarde personen zijn mensen die pendelen tussen hulp op basis van een forensische zorgtitel en reguliere klinische GGZ-zorg op basis van een indicatie. Er zijn ook perioden dat  geen enkele zorg wordt geboden. Niet zelden hebben verwarde personen  ook na afloop van een traject in een strafrechtelijk kader nog geestelijke gezondheidszorg nodig, al dan niet in een forensische setting. Waar het om gaat is dat de lijn van benodigde zorg niet wordt onderbroken, dat het toekomstperspectief in de levensloop van de verwarde persoon wordt vastgehouden. Problemen ontstaan vaak op een ‘breuklijn’, als een bepaalde interventie wordt beeindigd en het vervolg onvoldoende is geregeld of aansluit.

Uit de werkgroepen zijn ook bouwstenen voor de meer langere termijn  naar voren gekomen. Ten aanzien hiervan wordt in 2016 een nadere verkenning gedaan. Het gaat om onder andere:

  • een 24/7 centrale kortdurende voorziening waar met een multidisciplinaire blik wordt gekeken naar de benodigde vervolgacties. Als er geen sprake is van een strafbaar feit en/of gevaar  gebeurt de beoordeling  niet in een politiecel.
  • een (boven)regionale voorziening waarbij een ‘Time-out’ functie gerealiseerd kan worden.
  • langdurig beschermd en beveiligd wonen voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen en waarvoor een verhoogd veiligheidsrisico geldt.
  • huisvesting via de corporaties met intensieve ambulante begeleiding; zelfstandig wonen volgens het concept ‘Skaeve Huse’ - of  ook wel ‘Oncenventioneel- of Bijzonder Wonen’ genoemd.
  • sluitende financiering onder andere bij plaatsing in een forensische setting buiten een justitiele maatregel om.

De uitkomsten van de verkenning volgen in de loop van 2016.